Moestuin

In de bonen

Het jaar 2016 is het internationale jaar van de boon aldus de Verenigde Naties. Reden genoeg om (eigenlijk net als de afgelopen jaren) een flink stuk moestuingrond te reserveren voor peulvruchten. In mijn moestuin wissel ik de teelt van bonen af met aardappels om de kans op ziekten te beperken. Maar hoe zit dat nou eigenlijk allemaal met die peulvruchten?

Het internationale jaar van de boon is door de VN in het leven geroepen omdat peulvruchten een goede bron van eiwitten zijn. Daarnaast zijn bonen een goede bodemverbeteraar. Het telen van bonen zorgt voor een aantal belangrijke voedingsstoffen in de grond. Dus ook voor je moestuin is het raadzaam om flink wat peulvruchten te telen in je wisselteelt. De bonen behoren tot de vlinderbloemenfamilie. Dat blijkt al snel wanneer je een boon in de grond stopt en laat groeien tot deze bloeit. De bloemen zijn vaak prachtig.

Om het totale hoofdstuk ‘peulvruchten’ bij de kop te pakken, is tamelijk ambitieus van mij. Want er bestaan ontzettend veel verschillende soorten bonen en peulvruchten. Bovendien is er een redelijke wildgroei aan termen om één bepaald soort boon te omschrijven. Om het overzicht te bewaren maak ik een tweedeling: stokbonen en stambonen.

Stokbonen

De naam zegt het eigenlijk al, maar hier gaat het om boontjes die een stok of rek nodig hebben om tegenop te kunnen klimmen.

Stambonen

Ook in dit geval verklapt de naam het eigenlijk al. Deze bonen hebben een stam, dus staan stevig op zichzelf. Ze hebben dus geen stokken nodig.

Beide voorgenoemde soorten kunnen sperzieboontjes, tuinbonen, peulen en erwten opleveren. Helaas is daar weinig onderscheid in te maken. Maar mocht je in het tuincentrum staan en volledig de weg kwijt zijn in een oerwoud aan soorten peulvruchten, maak dan in elk geval alvast de keuze tussen stam- en stokbonen.

Om het verder allemaal niet te moeilijk te maken, geef ik je een toelichting van drie soorten peulvruchten. Er is nog veel meer te koop, maar zie onderstaande als de basis.

Sperziebonen

Ik had het net over de wildgroei aan benamingen voor hetzelfde boontje. De sperzieboon is daar een mooi voorbeeld van: prinsessenboon, slaboon of herenboon zijn namelijk allemaal hetzelfde boontje. De sperzieboon is oorspronkelijk afkomstig uit Zuid-Amerika. De naam is afgeleid van ‘aspergieboon’ omdat in Nederland deze boontjes traditioneel werden gegeten met gesmolten boter en nootmuskaat.
De klimmende variant van dit boontje is de stokslaboon. De witte bonen uit de peul van een stamslaboon, kennen wij als witte bonen. Populair onder Engelsen en Amerikanen in combinatie met tomatensaus. Maar ik ben er zelf ook mee opgegroeid. Want in de Betuwe waren ‘de blote billetjes in het groene gras’ een populair en authentiek streekgerecht. Het waren overigens witte bonen en snijbonen en geen echte blote billen.

Snijbonen

Snijbonen danken hun naam aan het feit dat deze bonen traditioneel in dunnen reepjes werden gesneden om de dikke draden die langs de peul lopen, in korte stukjes te snijden. Van de snijboon bestaat zowel een stam- als een stokboon variant. Professionele tuinders telen in Nederland alleen nog de stokvariant. Stamsnijbonen worden alleen nog geteeld door moestuiniers. Ik heb er zelf vroeger kilo’s van verorberd in combinatie met witte bonen, verwerkt in eerdergenoemd Betuws streekgerecht.

Tuinbonen

In het Middellandse Zeegebied worden tuinbonen al gegeten sinds 6000 voor Christus. Ze zijn voor het eerst gevonden bij opgravingen in de buurt van Nazareth. Destijds waren de zaden veel kleiner dan nu. In Nederland eten we tuinbonen traditioneel met bonenkruid, maar dat doen we veel minder lang dan in Nazareth. De eerste signalering van een tuinboon in Nederland staat genoteerd in het jaar 1492.

Tuinbonen zijn vooral stambonen. Ze groeien zelfstandig en vormen een stevige stengel of stam. Na een paar weken vormen zich mooie bloemen, die echt in alle kleuren van de regenboog bestaan. Vandaar ook de naam ‘pronkboon’. De bloemen maken uiteindelijk plaats voor de peulen, waar uiteindelijk een aantal flinke tuinbonen in groeien. Tuinbonen moeten worden gepeld, dus ontdaan van de schil. Je kunt ze vers eten, maar ook drogen. In landen rond de Middellandse Zee kun je ook gefrituurde tuinbonen met zout kopen.

Peulen

Er is weinig geschiedenis te vinden over de peul. Een variant op dit ras is de sugar snap en ook de erwt is erg nauw verwant. Maar in tegenstelling tot de doperwt, kun je bij peultjes alles opeten, dus schil en zaadje. Wanneer je peulen laat in het seizoen oogst, ontwikkelen zich draden langs de peul, deze moeten worden verwijderd, inclusief de boven- en onderkant van het peultje. In tegenstelling tot de meeste andere peulvruchten, kunnen peulen en sugar snaps een paar graadjes vorst hebben. Ik stop ze dan ook altijd al vrij vroeg in het seizoen in de grond.

Uiteraard zijn er nog veel meer soorten peulvruchten te telen in je eigen tuin. Noem kapucijners, linzen en nog veel en veel meer. Maar ik hoop dat je een beetje meer inzicht hebt gekregen in de familie van de vlinderbloemen.

Wanneer het weer het toelaat, maak ik graag een traditionele, Spaanse ensaladilla. Een koude salade van gekookte aardappel, peulen, sperzieboontjes, doperwten, wortel en een beetje tonijn uit een blikje. Op de tonijn na, komt alles uit mijn moestuin. Dit geserveerd met een gekookt eitje in stukjes en aangemaakt met niets meer dan een beetje mayonaise (uiteraard zelfgemaakt). Doet het uitstekend bij een zomerse barbecue!

Een foodie bij uitstek. een voorvechter van authentieke smaken en technieken. Hij heeft een enorme moestuin, fermenteert, weckt , droogt, kookt en bakt alles zelf. Hij gaat op zoek naar de oorsprong van gerechten en ingredienten en kookt het liefst buiten.

 130 Posts 29 Comments 162350 Views

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *