Technieken

Jagen in de polder

Al jaren roep ik tegen iedereen in mijn directe omgeving dat ik heel graag eens zou willen jagen. Niet uit fanatiek oogpunt omdat ik iemand ben die wapens stoer vindt en het liefst alles overhoop knalt wat hij tegenkomt. Maar omdat ik vind dat je behoort te weten waar het vlees dat je eet, vandaan komt. Een kilo half om half gehakt groeit nu eenmaal niet aan een boom en in deze tijd van het jaar wordt er graag wild geserveerd en gegeten. Maar waar komt dat wild nu eigenlijk vandaan? Hoe leeft het? Hoe wordt het gevangen en wat is daarvoor nodig? Op al deze vragen kan ik na afgelopen week een stuk beter antwoord geven, want ik werd uitgenodigd om mee op jacht te gaan.

Op zaterdagochtend rond een uur of tien meldde ik mij bij een grote schuur achter een boerderij van een aardappelteler in Swifterbant. Ik had vooralsnog geen flauw idee wat me te wachten stond en hoe deze dag zou worden ingevuld. Het enige dat ik vooraf wist, was dat ik mee zou gaan op jacht, in het veld in de polder. Bij de schuur werd ik ontvangen door een zevental mannen in een overwegend groene outfit. Drie honden waren erbij en een flinke kan koffie.

Ik werd voorgesteld aan het gezelschap dat volgens officiële verenigingen en stichtingen, jacht mag maken op wild dat zich begeeft op een flink aantal hectaren landbouwgrond in de directe omgeving. Daarvoor wordt betaald. De jagers pachten de grond van de boeren via een stichting. Alles gaat volgens officiële reglementen en wetgevingen. De stichting in kwestie houdt wat over aan de betaalde pacht en de boer wiens grond wordt bejaagd, krijgt een paar euro per hectare die hij ter beschikking stelt.

Anoniem

Nu is het zo dat de boeren hier nog een ander voordeel bij hebben behalve het financiële. Er wordt vooral jacht gemaakt op hazen en die zouden anders schade toebrengen aan de gewassen die op de akkers staan. Een soort win-win situatie dus voor de boeren. Voor de jagers is het een hobby met een flinke dosis verantwoordelijkheid. Dat gaat zelfs zó ver, dat de mannen waarmee ik ga jagen, niet herkenbaar op de foto willen staan of bij naam worden genoemd in dit artikel. Dat klinkt gek, maar de verklaring die erachter zit, is best logisch.

In Nederland kleeft er een vreemd stukje taboe aan jacht. Mensen vinden het niet kunnen dat er wilde dieren worden geschoten voor ‘plezier’. Nu is het feitelijk zo, dat de jacht die wordt gemaakt op hazen, heel verantwoordelijk verloopt. Je weet misschien dat hazen en konijnen heel goed zijn in voortplanten. Dat gaat in een noodtempo. Zonder dat er jacht wordt gemaakt op deze dieren, zou er een wildgroei aan konijnen en hazen ontstaan. Natuurlijke vijanden van deze dieren bestaan namelijk niet (meer) in Nederland.

Maar het stukje taboe is maar een heel klein deel van de reden waarom de jagers niet herkenbaar in beeld willen komen. Wanneer je beschikt over een jachtvergunning en een jachtgeweer, draag je de verantwoordelijkheid voor dat wapen vierentwintig uur per dag en zeven dagen in de week. Het wapen moet in een speciale kluis in je woonhuis en daar heb je ook papieren voor. In de huidige tijd zijn de jagers wat angstiger geworden om openlijk bekend te maken dat er een jachtgeweer in je woonhuis ligt. Je weet per slot van rekening maar nooit.

Over verantwoordelijkheid gesproken, vertelde één van de jagers mij hoe voorzichtig je moet omgaan met alles wat je doet om je jachtvergunning te behouden. “Wanneer je wordt aangehouden bij een alcoholcontrole en het blijkt dat je teveel hebt gedronken, bestaat het risico dat mijn jachtvergunning wordt ingenomen. Een rechter kan beslissen dat wanneer ik niet verantwoordelijk kan omgaan met alcohol en verkeer, dat ik waarschijnlijk ook niet verantwoordelijk kan omgaan met mijn jachtgeweer.”

Het is dus een hobby met een enorme verantwoordelijkheid en jagers doen dan ook niet zomaar iets. Elk schot dat wordt gelost, is weloverwogen.

Tot je enkels in de zware klei

Na een stevige bak koffie bij de boerenschuur, trekt iedereen zijn tenue aan. Dit bestaat vandaag uit een regenbroek en regenjas, aangezien het bitter koud is en er naast een verdwaald, waterig zonnetje, regelmatig winterse neerslag uit de lucht komt zetten. We gaan op pad. Vier geweren en vier drijvers. Dat is de samenstelling van het gezelschap dat vandaag op pad gaat.

We beginnen op een stukje grasland, dat al snel over gaat in een modderige, kale akker. Ik heb het vermoeden dat er in de modder überhaupt niets te schieten valt, aangezien ik geen enkel beest zie, maar hazen schijnen zich uitstekend te kunnen verstoppen tussen de kluiten modder en klei. Iedereen stelt zich op in een lijn aan de zijkant van de akker. Drijvers en jagers om en om. Wanneer de jachtmeester op zijn hoorn blaast, is de jacht geopend. Vanaf dit moment mag er ook geschoten worden. De jagers die aan de buitenzijden staan, nemen een paar meter voorsprong en de rest van het gezelschap loopt in een rechte lijn over de akker. Het tempo ligt niet heel hoog. We wandelen door de klei waarin zo hier en daar een verdwaalde ui verstopt zit.

De bodem in de polder is geen pretje. Als je goed kijkt, zie je de schelpen nog in de klei zitten. De bodem van de polder bestaat daadwerkelijk uit datgene wat vroeger zeebodem was. Omdat het de afgelopen dagen flink winters is geweest met veel neerslag, is de klei heel erg zacht en plakkerig. Het duurt dan ook niet lang voordat er aan elk van mijn laarzen een paar kilo’s klei hangen, die ik bij elke stap mee omhoog moet tillen uit de zachte bodem. Het is zwaar. Na de eerste drift, of in gewone mensentaal, na de eerste keer dat we de akker oversteken, herhalen we hetzelfde tafereel nogmaals, maar dan over een stuk waar we nog niet eerder liepen. Tijdens de eerste oversteek hebben we overigens nog geen haas gezien.

Tijdens de tweede drift verandert dat. Ineens spring er een haas op uit de grijze, plakkende akker. Het beest sprint er in een noodvaart vandoor. Ik ben verbaasd. Hoe kan die haas daar zitten en niet eerder zijn gezien. Een drijver naast mij schreeuwt: “Haas!” er wordt een schot gelost en er wordt gemist. Logisch ook wel, want een schot hagel is nauwkeurig en dodelijk tot ongeveer dertig, maximaal veertig meter. De jagers om mij heen lopen net zo hard te zwoegen en zweten door de klei als ikzelf en dan is je vaste hand moeilijk te vinden.

Na de tweede drift volgt er nog een derde en vierde, ditmaal door een wortelveld. Opnieuw zien we veel hazen en wordt er net zo vaak: “Haas!” geschreeuwd. Alle schoten die volgen zijn helaas mis. Het is loodzwaar, er valt natte sneeuw en de wind snijdt dwars door alles heen. Tijd voor een lunch. Inmiddels kleeft er aan elk van mijn laarzen een kilo of drie oude zeebodem en ik snak naar een stoel en een verwarming. Ik zie de jagers om mij heen zweten onder hun waxjassen. Ik ben dus niet de enige die ploetert. Jagen is topsport.

Na twee flinke kommen overheerlijke preisoep met roggebrood en spek, heb ik het gevoel dat ik er weer tegen kan. Het gezelschap om mij heen kijkt ook een stukje opgewekter dan voor de lunch. “Het kan zo maar gebeuren dat we helemaal niets schieten. Dat is jammer,  maar de geruststelling is, dat er wel wild zit. We hebben al veel hazen gezien en dat is positief voor de toekomst van dit stuk jachtgrond.” Zegt één van de jagers tegen mij. Naast het feit dat we nog geen haas hebben geschoten, is er voorafgaand aan deze jacht afgesproken dat er niet wordt geschoten op eenden en andere vogels. Volgens de regels zou dit wel mogen, maar een paar dagen voorafgaand aan de jacht, is bij een boerderij in de omgeving vogelgriep gesignaleerd.
Wij jagen net naast de zone waarin een transportverbod geldt, maar de jagers leven op goede voet met de boeren in de omgeving en niemand wil het op zijn geweten hebben om een eend met vogelgriep te schieten en deze mee te nemen naar een ander deel van Nederland, waardoor het geïnfecteerde gebied wordt vergroot. Jagen is dus meer dan alleen een trekker overhalen wanneer je iets ziet bewegen. Het is wederom die verantwoordelijkheid waar ik het eerder al over had.

Vossenjacht

We gaan weer op pad. Dit keer stappen we in de auto en gaan we jagen op een veld dat een paar kilometer verderop ligt. Het veld staat voor een deel nog vol met kolen en dat biedt schuilplaats in overvloed voor het nodige wild. Ook hier zijn hazen te vinden, maar de geloste schoten treffen geen doel. Vlak voor het eind van het veld, springt een vos tussen de kolen vandaan. Er wordt geschoten en geraakt.

Ik ben ietwat verbaasd over het feit dat vossen mogen worden geschoten. Maar ik krijg uitgebreide uitleg van de jagers: “Vossen zijn schadelijk voor veel boerderijen en de natuur. Ze eten kippen, maken veel kapot en daarnaast zijn het overbrengers van ziektes zoals hondsdolheid. De jacht op vossen is volledig geoorloofd in Nederland en het is zelfs zo dat de boeren ons erg dankbaar zijn wanneer we er eentje schieten.” Toch kijk ik met een beetje argwaan naar het geschoten vosje. Je kunt het niet eten en het is een mooi beest om te zien. Maar dit soort afwegingen horen blijkbaar ook bij de verantwoordelijkheid die je hebt als jager.

Hiermee zijn we ook uitgejaagd voor vandaag. Helaas geen vlees bij de hutspot waar we al de hele dag doorheen stampen, maar wel mooie verhalen en ontzettend veel verbrandde calorieën. Daarnaast vind ik het heel fijn om te merken dat Nederlands wild op een verantwoorde manier wordt bejaagd. Door mensen die weten waar ze het over hebben, meedenken met de natuur en er ook voor zorgen dat wanneer een beest wordt geschoten, het niet hoeft te lijden.

Wanneer je wél iets vangt tijdens de jacht, of wanneer je even langs de poelier bent gereden, vind je hier de link naar een heerlijk recept voor hazenpeper.

Een foodie bij uitstek. een voorvechter van authentieke smaken en technieken. Hij heeft een enorme moestuin, fermenteert, weckt , droogt, kookt en bakt alles zelf. Hij gaat op zoek naar de oorsprong van gerechten en ingredienten en kookt het liefst buiten.

 130 Posts 29 Comments 162384 Views

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *