BarbecueMoestuinRecepten

Catalaanse Romesco saus

Ik geef toe dat er momenteel het nodige te doen is rondom de Spaanse regio Catalonië. Om aan de hele politieke situatie vooral mijn vingers niet te branden, ga ik vandaag alleen de focus leggen op het eten uit Catalonië. Om het nog specifieker te maken, ga ik het hebben over een sausje. De Romesco saus doet het uitstekend bij barbecue- en visgerechten, maar wordt traditioneel en in eerste instantie gegeten bij calçots.

Nu moet ik daar waarschijnlijk wat over uitleggen, want een calçot is nu niet direct een groente die wij hier in de schappen van de lokale groenteboer vinden. Een calçot is eigenlijk iets wat het midden houdt tussen een bosui en een prei. Calçots worden bereid op het rooster van een houtgestookte barbecue en vervolgens dus zo uit het vuistje gegeten nadat ze worden ondergedompeld in de romesco saus.

Romesco

De naam romesco is afgeleid van een Catalaanse stoofschotel met vis, amandelen, paprika en tomaten genaamd Romesco de peix. Deze stoofschotel is afkomstig uit de omgeving van Tarragona, een stad die een stukje ten zuiden van Barcelona aan de kust ligt. Hieruit kun je dus eigenlijk wel concluderen dat de ‘salsa romesco’ ofwel romesco saus ook uit die omgeving afkomstig is.

Officieel bestaat deze saus uit amadelen, hazelnoten, tomaat en ook ñora’s. Over de ñora heb ik al eerder een flink artikel geschreven en dat kun je hier terugvinden. Kortgezegd is een ñora de basis voor het paprikapoeder dat wij kennen, en houdt deze vrucht het midden tussen een Spaanse peper en een paprika. In Nederland vind je niet veel ñora’s, maar in Spanje liggen ze gedroogd in elke supermarkt.

Ik heb afgelopen seizoen zelf ñora’s verbouwd in mijn moestuin. Deze zijn inmiddels gedroogd en klaar om te verwerken in mijn echt romesco saus.

Ingrediënten:

2 gedroogde nora’s of rode paprika’s
2 tomaten
10 amandelen
10 hazelnoten
1 bol knoflook
250 ml extra vergine olijfolie
100ml azijn (ik gebruik zelfgemaakte rode wijnazijn)
1 witte boterham
zout

Extra benodigdheden:

vijzel
staafmixer
koekenpan
oven
bakpapier

Bereidingswijze:

Allereerst wil ik even benadrukken dat de bovenstaande hoeveelheden genoeg zijn om ongeveer zes personen van deze saus te voorzien. Het is echter heel makkelijk om romesco saus in te vriezen en deze voor lange tijd te bewaren. Dus mocht je een kleine verslaving hebben ontwikkeld voor salsa romesco, vermenigvuldig bovenstaande ingrediënten dan rustig met factor vier.

Verwarm je oven voor op tweehonderd graden. Leg een bakpapier op de bakplaat van je oven en leg hier de tomaten, gedroogde ñora’s en de bol knoflook op, plaats de bakplaat midden in je oven en laat dit er rustig een half uur in staan. Na een kwartier mogen de ñora’s er uit. De rest mag nog blijven staan.

Verwarm een koekenpan en rooster hierin de hazelnoten en amandelen. Wanneer ze een kleurtje hebben, mogen ze in de vijzel. Voeg hieraan ook de ñora’s toe. Leg ondertussen de witte boterham in de hete koekenpan waar zojuist de noten uitkwamen en giet hier een scheut olijfolie bij. Rooster de boterham aan beide zijden tot deze een mooi kleurtje heeft en leg ‘m op een stukje keukenpapier.

Begin nu met vijzelen tot alle ingrediënten van de vijzel fijn zijn. Snijd de geroosterde boterham in stukjes en voeg deze ook toe aan de vijzel. Vermaal alles tot het redelijk fijn is, doe de inhoud van de vijzel nu in een mengbeker.

Inmiddels kunnen de tomaten en de bol knoflook uit de oven. Pel de knoflook en knijp de knoflookteentjes uit boven de mengbeker waar inmiddels de overige ingrediënten in zitten. Pel ook de tomaten en voeg deze ook toe aan de mengbeker. Voeg nu de olie en azijn toe en pureer alle ingrediënten met de staafmixer. Proef en voeg zout naar smaak toe.

Nu is je romesco saus klaar! Ik eet ‘m graag met geroosterde bos ui en een mooi stukje vlees van de barbecue, maar ook bij witte vis is deze saus fantastisch.

Bon profit!